Dance, when you are broken open.
Dance, if you have torn the bandage off.
Dance in the middle of the fighting.
Dance in your blood.
Dance, when you are perfectly free.
Rumi
OVER ONS
Hoewel Siobhan is opgeleid tot kunstenaar, danst ze al bijna haar hele leven – klassiek ballet, jazzballet, moderne dans en salsa. Toen ze acht jaar geleden de Argentijnse tango ontdekte, realiseerde ze zich dat dat háár dans was. Sindsdien heeft ze de wereld afgereisd om les te krijgen van een groot aantal meer of minder beroemde tango maestro’s en ze zet haar zoektocht naar nieuwe leraren en invloeden voort. Zo blijft haar beleving van de tango zich ontwikkelen.
Oliver heeft de toneelschool gedaan en ontdekte de tango bijna twintig jaar geleden. Hij heeft les gehad van een van de meest geliefde Argentijnse leraren, Pepito. Vijftien jaar geleden is hij zelf les gaan geven. De afgelopen jaren heeft hij tangoles gegeven in Duitsland en Nederland, zijn eigen tangostudio gehad, uitzendingen gemaakt voor Radio Tango, een one–man–show gespeeld, gebaseerd op een verhaal van Borges, en is hij dj geweest in tangosalons door Europa. Twee jaar geleden ontmoette hij Siobhan in een salon in Nijmegen, en in korte tijd trouwden ze, vestigden zich in Gouda en begonnen samen les te geven in de dans waar ze allebei zo van houden.
Onze dansstijl? Die ontwikkelt zich al naar gelang we meer leren over en inzicht krijgen in de tango en het dansen met elkaar. We hopen dat dit een levenslang proces zal zijn. We houden evenveel van dansen in open als in close–embrace stijl. En we werken met het hele spectrum van tangomuziek: van traditioneel tot en met neo. Onze dans is intens, vol gevoel, gracieus en met speels voetenwerk. In onze manier van lesgeven betrekken we een mix van tango–invloeden en kennis vanuit onze verschillende achtergronden: yoga en adembewustzijn (Siobhan) en Euritmie en Michael Chekhov’s techniek voor acteurs (Oliver). Wij benadrukken de combinatie van verbinding tussen de danspartners, kwaliteit van beweging, muzikaliteit en pure techniek als basis voor improvisatie en spel.
Over de Argentijnse tango
De tango – de muziek én de dans – is aan het eind van de negentiende eeuw ontstaan in de Rio de la Plata, een gebied op de grens van Argentinië en Uruguay dat een smeltkroes van culturen werd. In de muziek komen verschillende invloeden samen: je hoort Afrikaanse candombe naast Zuid–Amerikaanse campero gitaarritmes, en de Europese wals vermengd met Cubaanse habanera– en criollo–klanken. De uit Duitsland geïmporteerde bandoneon (oorspronkelijk ontwikkeld als een soort draagbaar kerkorgel) werd het kenmerk van de tangomuziek. De karakteristieke jammerklacht van de bandoneon drukt het verlangen en de agressie uit die zo kenmerkend is voor het klassieke tangolied.
De ontwikkeling van muziek en dans ging hand in hand, van de oorsprong in de bordelen van Buenos Aires en Montevideo, tot het gevarieerde raffinement van de hedendaagse tango. Tegenwoordig kun je in vrijwel elk land Argentijnse tango leren en dansen. Er zijn internationale festivals, wedstrijden, speciale theatervoorstellingen, tangoboeken, –tijdschriften en –websites en een bloeiend ‘tango–toerisme’. Voor de meeste tangodansers blijft de tango wat hij altijd al was: een sociale dans, een ontmoeting tussen twee mensen, een zwijgend gesprek tussen dansers, op muziek, in een salon.
Verwar de Argentijnse tango niet met de Europese ballroom tango, waar het vooral over passen en vaste figuren gaat. In de Argentijnse tango gaat het veel meer over het contact tussen de dansers en de mogelijkheden van het samen bewegen. De magie van de tango, of je hem nu in milonguero–stijl danst, in een gesloten omhelzing, of in een meer dynamische, open omhelzing, die magie ontstaat uit de gevoeligheid die de dansers ontwikkelen voor elkaars bewegingen, en uit de mogelijkheid al improviserend te spelen met een aantal basistechnieken.